Nieuwe puzzelstukjes

Posted on December 5, 2009

0


05/12/2009  [www.brabantsdagblad.nl]

Nieuwe puzzelstukjes

Afgelopen week heb ik samen met vier andere “Project Hope’ers” een korte rondreis gemaakt door Israël. Onze route liep van Nazareth, het Golan gebergte, Haifa en Akko, tot aan Tel Aviv, Jaffa, Ashkelon, Sederot en de Gazastrook.

Mijn kamergenote (Hilde) en ik vertrokken enkele uren na onze drie medereizigers en zouden onszelf aan het begin van de middag bij de groep voegen in Nazareth, op ongeveer twee uur rijden van Nablus. Nazareth ligt ten noorden van de Westelijke Jordaanoever, in Israël. Op de grens van de Westelijke Jordaanoever staat –naast  roadblocks en andere afscheidingen- een groot checkpoint, het best te omschrijven als een combinatie tussen een  strafinstelling en een veemarkt. Militairen en private beveiligingsbeambten zitten in afgeschermde hokjes en schreeuwen    instucties in het Hebreeuws en gebroken Arabisch door de intercoms; ‘doorlopen!’; ‘stilstaan!’, ‘blijf van je tas af!’; ‘één voor  één!’; ‘ik ga niet in discussie / daar heb ik niets mee te maken / het interesseert me niet dat je oud en ziek bent!’. En zo kan ik  nog wel even doorgaan. Eigenlijk is het nergens mee te vergelijken. Het is een checkpoint.

  Toen Hilde en ik bij het checkpoint aankwamen, was het gesloten, zonder  opgaaf van reden. Het bleef 2,5 uur gesloten en die uren brachten we samen  tientallen andere wachtenden door in de eerste sluis, zonder water of  toegang tot een toilet (of het moet zijn dat je een meurende beerput zonder  wc-papier, water of slot op de deur een wc wilt noemen). Nog een detail; het  was de dag voor ‘Eid’; het belangrijkste feest voor moslims, vergelijkbaar  met Kerstmis voor christenen. Iedereen had inkopen gedaan voor Eiad en stond daar met boodschappentassen vol eten en kleding, moe en gefrustreerd. Een man met een gekweld gezicht sprak me aan in het Engels en vroeg of ik niet met de beambte die ingang van de sluis bemande, kon gaan praten. Wat was het geval; deze wanhopige man was een orthopeed en het was de bedoeling dat hij die dag 2 operaties zou verrichten aan de andere kant van het checkpoint. Enkele malen ben ik terug gelopen naar de ingang van de sluis, maar de beambte in het gepantserde hokje ‘kon niets aan de situatie veranderen’ en zei dat we moesten wachten totdat het checpoint aan onze kant weer bemand was. Nu weten we dat er die dag waarschijnlijk weinig van orthopedische operaties terecht gekomen is. Eenmaal in het checkpoint zelf (een grit van hokken, sluizen, detectoren, kamertjes en gangen – allen overdekt met metalen loopbruggen vanwaar mannen mitraillieurs op je gericht houden), liepen Hilde en ik meteen in de kijker. Wat deden wij als internationals in de Westelijke Jordaanoever? We moesten al onze spullen afgeven voor onderzoek en werden als staatsgevaren door hokjes heengesluisd en twee uur lang verhoord (waarbij alle schijn van langdurig verblijf in de Westelijke Jordaanoever moesten vermijden). Kort samengevat; de eerste dag van onze reis was geen vakantie, maar een excursie, om meer en meer inzicht te krijgen in het conflict dat hier nu 60 jaar aan de gang is.

De rest van de reis waren de ervaringen niet minder confronterend of verontrustend. We hebben met z’n vijven zoveel mogelijk van Israël proberen te zien en met zoveel mogelijk mensen proberen te praten (als toeristen!). Met gevoel voor humor, zelfspot en onderlinge steun, hebben we die week het hoofd geboden aan veel indrukken, ervaringen en gesprekken die ons moedeloos maakten. Ik ben blij dat ik de reis gemaakt heb, want volgens mij begrijp ik nu weer een beetje beter waarom hier nog steeds geen vrede is na al die jaren. Er is nu te weinig plaats in deze blog, maar ik kan een paar situaties schetsen.

Bij aankomst in Nazareth werden Hilde en ik aangerand en met een mes bedreigd door een jonge man. Toen we met politieagenten meeliepen om het ‘plaats delict’ aan te wijzen, grepen zij deze kans aan om iedere Arabische Israëliër bij zijn nekvel te pakken, te ondervragen en intimideren – terwijl Hilde en ik bleven roepen dat onze belager in geen velde of wege te bekennen was. Pfoeh, wat waren wij woest! Helaas kwamen we de rest van de vakantie nog talloze voorbeelden tegen van stereotypering en racistische uitlatingen jegens Arabische Israëliërs. Verschillende Israëli’s waren duidelijk in hun mening, die erop neerkwam dat Arabieren (het woord Palestijnen wordt niet door iedereen gebruikt) niet gezien worden als (mede)mensen, maar als vijanden. Niet meer en niet minder. Anonieme gevaren. Er is bijna geen betere uiting van deze perceptie dan de checkpoints in de Westelijke Jordaanoever.

De weg naar de Gazastrook loopt dwars door groene velden en lappen landbouwgrond voorzien van bevloeïngsinstallaties. Alsof twee contrasterende foto’s aan elkaar geplakt zijn, loopt deze groene landbouwgrond over in een grauwe en belegerde Gazastrook. Toen wij vanaf een heuvel uitkeken over Gaza stad en de aangrenzende bebouwde gebieden, zagen en hoorden we van dichtbij hoe Gaza bestookt werd van Israëlische zijde met twee vuurhaarden tot gevolg. Naast ons op dezelfde heuvel zat een jong orthodox-joods stelletje uit Sederot naar hetzelfde tafereel te kijken, met brede glimlachen en enkele ongepast opmerkingen. Diezelfde avond zagen we op het nieuws hoe vertegenwoordigers van het Israëlische leger elk ooggetuigenverslag van die dag ontkende.

Ook het militairistische karakter van de Israëlische samenleving, propaganda door de staat (zoals het I.Z.L. museum in Tel Aviv) en verdraaide berichtgeving, hebben voor mij weer wat stukjes in de puzzel gelegd. Over deze laatste puzzelstukjes zal ik later meer schrijven.