“Ben ik zó gevaarlijk?”

Posted on October 11, 2011

25


De Nederlandse zomer zit er weer op. Hoe zag uw vakantie eruit? Maakte u een vliegreis, dagtochtjes of reisde u met de klassieke caravan? Hoe dan ook, de sleur werd even doorbroken de batterij is weer opgeladen.

Maar wat als het ondenkbaar zou zijn om vanaf uw huis in Amsterdam naar Utrecht te reizen, laat staan de Nederlandse grens over te steken? Wat als u uw familie een provincie verderop niet op kunt zoeken? Dit is al jarenlang de realiteit van Palestijnen in de Gazastrook en Westelijke Jordaanoever. Kinderen en jongeren in Gaza kennen de Westoever alleen van verhalen en tv-beelden en vice versa.

Toch zijn er voor een aantal jonge Palestijnen waardevolle kansen om te reizen vanuit de bezette gebieden en indrukken op te doen in het buitenland. Een studie in het buitenland of een bezoek op uitnodiging van een organisatie kan het verschil maken tussen een uitzichtloze openluchtgevangenis en een periode van relatieve bewegingsvrijheid.

Een vriendin van me kreeg zo’n kans. Ze werd door een Nederlandse NGO uitgenodigd voor een verblijf van drie weken. Ze zou deze maand bij verschillende gelegenheden over de situatie in Gaza vertellen en ook verschillende culturele en educatieve initiatieven in Gaza promoten. Ze diende vol goede moed de voor Palestijnen verplichte visumaanvraag in. Deze aanvraag kwam op mij meer over als een aanvraag voor permanent verblijf: bankafschriften, werkgeversverklaring, contract, verzekeringspapieren, uitnodiging en garantverklaring van een Nederlandse referent en opgave van het verblijfadres. Met haar vaste baan en haar familie in Gaza leek ze de perfecte ‘visum kandidaat’. Haar papieren werden vanuit de Gazastrook opgestuurd naar Ramallah (de stad op de Westelijke Jordaanoever waar de Palestijnse Autoriteit zetelt). Vanuit daar werden haar papieren naar Tel Aviv (Israël) opgestuurd. Vervolgens was het afwachten.

De daaropvolgende weken hadden we het regelmatig over Nederland. Ze was erg benieuwd hoe ons land eruit ziet, hoe de mensen zijn, wat we eten, en ga zo maar door. Ik vertelde haar over Amsterdam, Brabant, kaas, het openbaar vervoer, gekke gewoonten, de markten, bossen, onze fietscultuur, stroopwafels en friet. Wat een feest! Ze had er ongelofelijk zin in en keek erg uit naar het avontuur, de activiteiten en nieuwe ontmoetingen. In onze voorstelling wandelde ze al over de grachten en tussen de weilanden.

Zo’n twee weken geleden ontving ze het antwoord op haar visumaanvraag: afgewezen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken vertrouwde het allemaal niet, daar kwam het op neer. Het feit dat ze in een conflictgebied woont en stateloos en vluchtelinge (uit wat Israël werd in 1948) is, speelde ongetwijfeld een rol bij de afwijzing. Schengenlanden willen risico’s van permanent verblijf (in de illegaliteit) zoveel mogelijk beperken. Maar van zulk risico was hier, objectief gezien, geen sprake. “Ben ik dan zó gevaarlijk volgens hen?” vroeg ze hardop toen ze het slechte nieuws liet bezinken. Ze had ontzettend naar haar verblijf in Nederland uitgekeken. Ze kon niet wachten om daar mensen te ontmoeten, te spreken over het leven in Gaza en vooral ook de culturele en educatieve projecten waar ze zoveel passie voor voelt, te promoten De afwijzing viel niet te rijmen; “ik heb de beste bedoelingen, kom goed werk doen, ben benieuwd naar Nederland en wil Nederlandse vrienden daar opzoeken. Wat is mijn fout?” Ze heeft gelijk; Nederland zou blij moeten zijn met haar bezoek.

Lang verhaal kort; de Palestijnen worden afgestraft voor hun stateloosheid en status van bezet volk. Het is niet hun keus of fout dat ze onder bezetting leven, maar ze worden er wel op afgerekend. Het land dat hen bezet houdt, hoeft zich echter geen zorgen te maken: Israëlische burgers kunnen zonder visum Nederland in reizen.

Als je een stap terug neemt en objectief naar de situatie kijkt, wordt de absurditeit van dit beleid pas goed zichtbaar. In Israël geldt een dienstplicht, wat inhoudt dat het overgrote deel van de bevolking direct of indirect meewerkt aan de bezetting. Als onderdeel van deze bezetting pleegt het leger grove misdaden; meest recentelijk tijdens de tweede Intifada, de Libanon oorlog in 2006 en Operation Cast Lead; het militaire offensief tegen de Gazastrook in de winter van 2008/9. We stellen deze (voormalige) soldaten geen vragen op Schiphol en leggen hen geen strobreed in de weg bij het rondreizen van de wereld. De enige uitzondering op dit beleid was, voor zover ik weet, een werkbezoek van Israëlische burgemeesters uit illegale nederzettingen aan Nederland. Dat ging de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) toch iets te ver en het bezoek werkbezoek werd afgezegd.

Het onderscheid wat visa betreft, illustreert wederom dat het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël en de bezette gebieden er een is van dubbele standaarden en het selectief aanhalen van internationale rechtsbeginselen die betrekking hebben op de vrijheid en veiligheid van burgers en het recht op zelfbeschikking. In weinig opzichten is gebaseerd op het consequent toepassen rechtvaardigheidsprincipes. Sterker nog: “Door het eenzijdige Midden-Oosten beleid raakt Nederland in Europa steeds meer geïsoleerd”, aldus The Rights Forum. De kans dat u in de krant ooit een reflectie zult lezen over de geldende dubbele standaarden is klein.

Ik pleit niet voor een ban op het inreizen van Israëlische burgers naar Nederland, maar het 2-maten beleid van Minister Rosenthal en zijn voorganger Verhagen verdient kritiek. Het voeren van consequent en rechtvaardig beleid door onze overheid lijkt me niets teveel gevraagd. Onze regering houdt graag de deur open voor degenen die een ander volk al decennialang bezetten (onder hen wellicht verschillende oorlogsmisdadigers) maar behandelt de underdog als een ongewenste binnendringer. Waarom moet de underdog dubbel boeten?

Posted in: Gaza Diary, Palestine