Gaza – tussen hoop en vrees

Posted on February 22, 2012

1


Zo’n 1,6 miljoen mensen samengepakt op 360 km², 64 jaar van ontheemding, 45 jaar van bezetting, 4,5 jaar van afsluiting, drie jaar na het verwoestende Israëlische offensief. Hoe gaat het anno 2012 met de inwoners van de Gazastrook en hoe staan zij er sociaal, economisch en politiek gezien voor?

De Gazastrook heeft een oppervlakte van tweemaal het Waddeneiland Texel en is een van de meest dichtbevolkte gebieden ter wereld. Zo’n 70 procent van de bevolking is vluchteling. Sinds 1991 is Gaza steeds verder door Israël geïsoleerd, totdat de inwoners in 2007 officieel en collectief bestraft zijn met een algehele afsluiting. Onder het mom van ‘het tegengaan van raketbeschietingen’ bleek alles geoorloofd en is het internationaal recht wederom met voeten getreden – door Israël en ditmaal ook door Egypte. De toch al beperkte mogelijkheden tot in- en uitreizen en tot in- en uitvoer zijn sindsdien vrijwel tot het nulpunt teruggebracht. In 2008 is de gehele Strook door Israël tot ‘vijandig gebied’ verklaard, waarop in de winter van 2008-2009 een nietsontziend militair offensief (‘Operatie Gegoten Lood’) volgde.

Hoewel mensen sindsdien proberen hun bestaan weer op te pakken en de verwoeste leefomgeving opnieuw op te bouwen, kan niet gesproken worden van een zogeheten post-conflictsituatie. De Gazastrook is nog altijd van alle kanten – land, zee en lucht – omsingeld door een bezettingsleger, dat systematisch burgers aanvalt. De inwoners van Gaza leven dan ook in een ‘man made’ humanitaire crisis, waarvan sprake blijft door het internationaal stilzwijgen. Zoals een vriend van mij het verwoordde: ‘Laat iedereen weten dat het hier niet gaat om een armoedeprobleem waar meer hulp naartoe moet, maar dat wij een bezet volk zijn en slechts onze rechten en vrijheid willen. Dan hebben wij al die hulp niet nodig. Het bieden van meer humanitaire hulp die niet gepaard gaat met politiek optreden tegen de Israëlische bezetting, is bedrog.’

 

Afsluiting – een collectieve strafmaatregel

Het vrijwel volledige verbod op export en de extreme beperkingen inzake de invoer van goederen hebben de economie van de Gazastrook doen instorten. Zo’n 42,5 procent van de bevolking is werkloos en leeft gedwongen in armoede, machteloos om iets aan hun situatie te veranderen.

Pas geleden was ik bij een oude vrouw thuis. Zij is gescheiden en woont samen met haar twee zoons, schoondochters en vier kleinkinderen in een donker, vochtig huis. Beide zoons werkten vroeger als kleermakers in Gaza-Stad, maar door de afsluiting van de Gazastrook ging de zaak waarvoor zij werkten failliet. Na jaren van werkeloosheid zit de familieleden financieel aan de grond. Zij hebben geen geld voor gas, water, of kleding. Zij ontvangen hier en daar wat financiële steun, maar het is niet voldoende om van te leven. ‘Als wij dit geweten hadden, dan hadden wij destijds geprobeerd wat geld te sparen.’

Helaas is het verhaal van dit gezin geen uitzondering. Zo’n 95 procent van de industriële productie in de Gazastrook ligt stil, vanwege een tekort aan grondstoffen of omdat de afzetmarkt is weggevallen.  Degenen die werkloos zijn geworden, zijn zo langzamerhand door hun financiële reserves heen. Tussen de 70 en 80 procent van de bevolking is inmiddels afhankelijk van humanitaire hulp, die door de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) en door talrijke niet-gouvernementele organisaties wordt verleend.

Samen voorzien deze organisaties een deel van de bevolking van werk in inkomen. Families van werkenden leiden een relatief comfortabel bestaan. Zij hebben geld om uit eten te gaan, hun huis mooi in te richten en grote auto’s te kopen. Wanneer je deze mensen thuis bezoekt, zou je denken dat zij weinig reden tot klagen hebben. Toch zijn ook zij niet gevrijwaard van de alomvattende afsluiting en bezetting.

Iets waardoor alle 1,6 miljoen inwoners worden geraakt, is de toestand waarin de gezondheidszorg is komen te verkeren. Deze is geruïneerd en wordt steeds verder ondermijnd door de extreme beperking op de invoer van goederen en het in- en uitreizen van patiënten en medisch personeel. Als gevolg daarvan is het voor ziekenhuizen en klinieken onmogelijk om capaciteit en specialisaties te behouden. Artsen en verpleegkundigen hebben niet of nauwelijks de mogelijkheid om zich bij te scholen. Zonder een relatie met het buitenland, staat de ontwikkeling van de medische zorg stil. Artsen vertellen mij ook over de dringende behoefte aan onderzoek naar de lange termijn-effecten van verboden wapens die Israël door de jaren heen tegen de Gazastrook heeft ingezet. Volgens hen is er een toename te zien in bepaalde ongebruikelijke aandoeningen, waaronder aangeboren hartafwijkingen. Buitenlandse experts zijn nodig voor het verrichten van onderzoek.

Daarnaast hebben de hulpverleners steeds minder middelen tot hun beschikking om zorg te bieden. Vooral de behandeling van chronische ziekten en kanker kan hier niet langer worden geboden. Al jaren kampt men met grote tekorten. Gemiddeld is een derde aan essentiële medicijnen en een vijfde aan essentiële medische hulpmiddelen niet voorhanden. Dit wordt verder verergerd doordat de ministeries van gezondheidszorg in Gaza en Ramallah de doorvoer van in Ramallah voorradige medische middelen ondergeschikt maken aan politieke belangen in hun interne strijd. De tekorten en gebrekkige voorzieningen dwingen patiënten om buiten de Gazastrook behandeling te zoeken. Maar daarbij stuiten zij op het volgende probleem: Israël laat slechts een beperkt aantal patiënten – zo’n 25 per dag – de Gazastrook uitreizen naar Israël en/of de Westelijke Jordaanoever. Artsen, patiënten en zelfs mensenrechtenadvocaten moeten een stapel formulieren heen worstelen voordat van de Israëlische autoriteiten de vereiste toestemming wordt verkregen. Sinds het begin van de algehele afsluiting in juni 2007 zijn zeker 100 patiënten overleden terwijl zij in afwachting van een dergelijke toestemming waren. Onder hen waren 18 kinderen.

Enkele maanden geleden ontmoette ik in het kinderziekenhuis van Gaza-Stad een klein, dapper 10-jarig jongetje, Ahmed. Hij lijdt aan leukemie en ondergaat chemotherapie. Hij had een eigen ziekenhuiskamer omdat hij in een steriele omgeving moest verblijven. Zijn vader en moeder waren bij hem. Ahmed had dan wel zijn eigen kamer, maar het interieur was roestig en de vloer was oud en korrelig. Medische hulpmiddelen worden hergebruikt. Kortom: dit ziekenhuis kon dit doodzieke jongetje geen adequate hulp bieden. Zijn ouders vertelden zeer geëmotioneerd over zijn lijdensweg: over het reizen naar ziekenhuizen buiten Gaza, waarbij volgens de regels slechts één familielid hem mag vergezellen, en over hun formulierenstrijd met de Israëlische autoriteiten. Maandenlang verbleef Ahmed in een ziekenhuis in Israël, waar alleen zijn moeder bij hem kon zijn. Zijn vader wist niet of hij hem nog terug zou zien. In theorie zouden de ouders kunnen proberen om met Ahmed naar Egypte te reizen, maar de urenlange tocht door de Sinaï Woestijn is simpelweg ondoenlijk. Bovendien is de behandeling in ziekenhuizen in Israël en op de Westelijke Jordaanoever van betere kwaliteit en letterlijk op een steenworp afstand. Hoe het nu gaat met Ahmed weet ik niet, maar als hij het al haalt, dan is dat ondanks de schending van zijn recht op gezondheidszorg door Israël.

Met de jaren is de overbevolking in de Gazastrook verder toegenomen. Ondanks een toenemende vraag op velerlei terreinen vindt er onvoldoende ontwikkeling en onderhoud plaats. De basis daarvoor is en wordt door Israël stelselmatig weggeslagen. Dit proces is door de Amerikaanse politicologe Sarah Roy aangeduid met ‘de-development’ (ont-ontwikkelen). Het betreft hier niet alleen de economie en de gezondheidszorg, maar ook de watervoorziening en het onderwijs.

Het onderwijssysteem in de Gazastrook is al jaren zwaar overbelast. Aangezien het merendeel van de inwoners van Gaza vluchteling en arm is, wordt een groot beroep gedaan op de diensten van de UNRWA, die voor Palestijnse vluchtelingen onder meer onderwijs verzorgt. Verspreid over de Gazastrook, waar ongeveer de helft van de 1,6 miljoen inwoners jonger is dan 18, zijn er ‘slechts’ 245 UNRWA-scholen. Het is dan ook niet verrassend dat vrijwel al deze scholen dubbele diensten draaien om de leerplichtige kinderen onderricht te kunnen bieden. De klassen zijn overvol, de docenten overwerkt en de lesuren onvoldoende. De meeste kinderen krijgen gemiddeld niet meer dan 4 uur per dag les. UNRWA docenten klagen over de gedrags- en concentratieproblemen van de kinderen. Buiten de wit-blauwe muren van hun scholen groeien de kinderen op in armoede en zorgt werkeloosheid voor veel stress binnen de gezinnen. Daarnaast kampen veel kinderen met trauma’s die zij hebben opgelopen door het geweld van het Israëlische leger – niet in de laatste plaats de verschrikkingen van het Israëlische offensief van eind 2008, begin 2009 waarbij ruim 1400 doden vielen (82,2 procent van hen burgers) en 5.300 personen gewond raakten.

Naast de gezondheidszorg en het onderwijs, wordt ook de noodklok geluid voor het milieu. Iedere dag stroomt zo’n 80 miljoen liter onbehandeld rioolwater vanuit de Gazastrook de Middellandse Zee in. Door de Israëlische afsluiting kunnen de noodzakelijke reparaties en uitbreiding van het waterzuiveringsnetwerk niet plaatsvinden. De benodigde materialen en onderdelen mogen het gebied niet in. Op dit moment is 95 procent van het beschikbare kraanwater volgens internationaal geldende maatsteven ondrinkbaar. Want de overbelasting van de aquifers (jaarlijks natuurlijk aangevulde watervoorraden in de bodem) heeft tot een steeds verdere verzilting van het grondwater en tot een vervuiling met rioolwater en pesticiden geleid. Berekend is, dat bij het uitblijven van urgente maatregelen, het grondwater vanaf 2020 blijvend verontreinigd zal zijn.

Het tekort aan bouwmaterialen raakt vanzelfsprekend de bouwsector. Toch lijkt het aantal nieuwe bouwprojecten de laatste maanden toe te nemen, zowel particulier als van de overheid. De enige logische verklaring daarvoor zijn de talrijke tunnels tussen de Gazastrook en Egypte. Deze vormen de levensader en worden in toenemende mate door HAMAS geïnstitutionaliseerd. Eigenaren kunnen voor het graven van een tunnel een vergunning aanvragen en daarmee ook hun arbeiders, die onder levensgevaarlijke omstandigheden op tientallen meters diepte werken, ‘verzekeren’. De tunnels spelen geen rol bij bouwprojecten die door buitenlandse hulporganisaties worden gefinancierd, aangezien deze geen goederen gebruiken die via de tunnels zijn aangevoerd. Behalve voor bouwmaterialen staat de tunnelindustrie garant voor de aanvoer van voedsel, vee en kleding. Ook kunnen Palestijnen via de Egyptische kant familieleden in Gaza bezoeken.

En dan is er de dagelijkse frustratie van een structureel tekort aan elektriciteit. Als gevolg van Israëlische strafmaatregelen zijn er dagelijks blackouts van gemiddeld 10 uur. Veel gezinnen beschikken inmiddels over generatoren, dankzij welke zij ’s avonds toch wat lampen kunnen laten branden. Vrijwel niemand heeft echter een generator met een dermate grote capaciteit, dat deze ook andere elektrische apparaten, zoals een kacheltje, boiler of koelkast van stroom kan voorzien. In de winter zit er vaak niet veel anders op dan om tijdens de stroomuitval onder dekens te zitten. Ziekenhuizen blijken veelal over onvoldoende vermogen te beschikken om de stroomuitval op te vangen, met alle gevolgen van dien.

De generatoren voor huishoudelijk gebruik zijn overigens niet zonder nadelen. Mensen betalen zich blauw aan brandstof en reparaties. Daarnaast gebeuren er veel ongelukken mee vanwege mankementen of omdat mensen simpelweg niet weten hoe ermee om te gaan. Explosies, elektrocutie en koolmonoxidevergiftiging hebben in de laatste jaren meer dan honderd mensen het leven gekost. Het stroomtekort wordt verder verergerd door de interne Palestijnse strijd. De verantwoordelijke ministeries in Gaza en Ramallah liggen met elkaar in de clinch over wie verantwoordelijk is voor het uitblijven van de levering van stroom vanuit de Westelijke Jordaanoever naar de Gazastrook.

 

Politiek

In tegenstelling tot de zogenaamde vredesonderhandelingen tussen Israël en de PLO/PNA, hebben de inspanningen om tot verzoening tussen FATAH en HAMAS te komen, de volledige aandacht van mensen. Men is de broedertwist meer dan beu en wil dat er nieuwe verkiezingen    gehouden worden. De interne strijd heeft geleid tot het vastzetten van politieke tegenstanders en het schenden van politieke en burgerrechten. Politici maken de ene na de andere belofte inzake nieuwe verkiezingen. Officieel staan deze nu gepland voor mei van dit jaar, maar daarop is door Palestijnen lauwtjes gereageerd. Men heeft de indruk dat politici van zowel FATAH als HAMAS momenteel geen belang hebben bij verzoening en het houden van verkiezingen. Veel Palestijnen beschouwen het daarom als een kwestie van ‘eerst zien en dan geloven’. Vorig jaar 15 maart kwam hier, net als op de Westelijke Jordaanoever, een jongerenbeweging op die een einde eiste aan de interne politieke verdeeldheid. Van de jongeren die destijds in de Gazastrook actief waren, zijn velen inmiddels in de problemen gekomen met de autoriteiten. Zij zijn door de inlichtingendiensten verhoord en hen is te verstaan gegeven dat zij ‘geen problemen moeten veroorzaken’. Na maandenlange intimidatie heeft een aantal van hen de Gazastrook inmiddels verlaten.

In tegenstelling tot FATAH is HAMAS sinds de eerlijk verlopen verkiezingen van 2006 internationaal geboycot. HAMAS-premier Ismael Haniyeh maakte onlangs, voor het eerste sinds zijn aantreden in 2007, een rondreis langs verscheidene Arabische hoofdsteden en bezocht Turkije. De politiek om HAMAS te isoleren lijkt daarbij steeds verder doorbroken te worden. Verder blijkt Egypte een steeds belangrijkere partner bij het bewerkstelligen van politieke doelen. Het land was onmisbaar bij het tot stand komen van de massale gevangenenruil, afgelopen oktober, waarbij 1.027 Palestijnse gevangenen uitgeruild werden tegen de Israëlische soldaat Gilad Shalit. Ook probeerde Egypte FATAH en HAMAS tot elkaar te brengen, maar met die eer is uiteindelijk de emir van Qatar gaan strijken. Het aandeel van Egypte in de afsluiting van de Gazastrook begint af te brokkelen. Langzaam maar zeker – voor de Palestijnen veel te langzaam en veel te weinig – verbetert de Egyptsche grenspolitiek ten opzichte van de Gazastrook, waardoor de wachttijden om Gaza uit te reizen, korter zijn geworden.

Het uiteindelijke effect van de Arabische Lente op de situatie in de Gazastrook valt vooralsnog moeilijk te voorspellen. Wel is duidelijk, dat de Arabische maatschappelijke organisaties en activisten hun krachten bundelen en aan bereik en invloed winnen, zowel lokaal als internationaal.

 

Nooit post-conflict

De dagelijkse moeilijkheden en de dreiging (en aanvallen) van het Israëlische leger maken dat mensen permanent onder druk staan. Er bestaat hier geen adempauze. Veel mensen kampen met symptomen van depressie en trauma. Ook wanneer er een tijdlang geen bombardementen of beschietingen in de eigen directe omgeving zijn, herinneren de drones (onbemande verkennings- en aanvalsvliegtuigen) eenieder eraan dat de Israëlische strijdkrachten een contante bedreiging vormen. Sinds 2006 zijn er door drones zo’n 830 burgers gedood. Het doordringende gebrom van de drones jaagt mensen angst aan. Iedereen weet hoe nauwkeurig deze onbemande vliegtuigjes kunnen observeren, fotograferen en bombarderen. Alleen weet niemand waar en wanneer de bommen vallen. Voor de Palestijnen in Gaza zijn de drones behalve een moorwapen ook een wapen in de psychologische oorlogvoering.

Zo onvoorspelbaar als de drones zijn, zo voorspelbaar is het gevaar in de zogenaamde ‘bufferzone’, die Israël aan het begin van de Tweede Intifada [sinds 2000] aan de noordelijke en oostelijke zijde van de Gazastrook instelde. Israëlische legerbulldozers hebben daartoe landbouwgrond en huizen op grote schaal vernietigd voor het inrichten van een ‘schietzone’. Israëlische soldaten hebben orders om op iedereen te schieten die zich binnen 300 meter van de grens begeeft. In het gebied tussen de 300 en 2.000 meter van de grens worden echter ook regelmatig mensen beschoten. Sinds het Israëlische offensief van 2008-2009 zijn 51 Palestijnen, van wie 11 kinderen, in de bufferzone gedood. De verwoesting en de dreiging die van het Israëlische leger in het grensgebied uitgaat, heeft inmiddels ruim 10.000 mensen doen vluchten en meer dan eenderde deel van de landbouwgrond in de Gazastrook niet langer bereikbaar gemaakt.

Behalve de boeren werken ook de Palestijnse vissers met gevaar voor eigen leven in de steeds verder krimpende viswateren. In strijd met  internationale wetgeving wordt het de vissers verboden verder dan drie zeemijlen buiten de kust te vissen. Maar ook binnen de met boeien gemarkeerde drie zeemijlgrens worden vissers door Israëlische oorlogsschepen geïntimideerd, beschoten en soms gearresteerd. Ondanks alle risico’s kunnen en willen de vissers niet wijken. Zij verdedigen hun bron van inkomsten en hun rechten door te blijven vissen.

 

Toekomst

Momenteel is het relatief kalm in de Gazastrook. Om de paar maanden is er een piek in het aantal aanvallen van het Israëlische leger. Dan loopt het aantal burgerslachtoffers snel op en komt bij iedereen de angst voor een nieuw grootschalig Israëlisch offensief naar boven. ‘De vraag is niet óf, maar wanneer zij ons weer aanvallen’, wordt er dan gezegd. In november gaf het Israëlische kabinet de strijdkrachten carte blanche om een dergelijke operatie uit te voeren, met als rechtvaardiging ‘het stoppen van de raketten uit de Gazastrook’. De psychopathische oorlogstaal en dreigementen van Israëlische politici zijn regelmatig in de media te lezen.

Voor de bewoners van de Gazastrook is de toekomst onzeker. Plannen maken voor de toekomst is hier een luxe. Maar één ding is zeker: de mensen in Gaza laten zich niet leiden door angst. Zij leven door, bouwen op alsof er geen bommen meer zullen vallen, en hebben lief alsof zij nooit meer iemand zullen verliezen. De verwachtingen voor de toekomst zijn niet hoog gespannen. Daarvoor hebben de Palestijnen al teveel teleurstellingen te verwerken gekregen. Hoop wordt gekoesterd en dat is alles wat mensen gaande houdt. Uiteindelijk is de Gazastrook niet anders dan de rest van wereld. Hier wonen vaders, moeders, zonen en dochters die gelukkig willen zijn, vrij willen zijn. Vrij van bezetting en van angst.

Posted in: Gaza Diary, Palestine