Noem me maar X

Posted on October 20, 2013

7


Het is zaterdagmiddag. Ik spring in een taxibusje naar het centrum van Beirut. Door het gebrek aan beenruimte zit ik bijna op schoot bij m’n buurvrouw. We raken aan de praat. Zodra ze hoort dat ik werk in de hulpverlening aan Syrische vluchtelingen, spert ze haar ogen wijd open: “ik ben Syrische!”

Ze, Amna, begint in één adem te vertellen over haar situatie en al na enkele zinnen rollen de tranen over haar wangen. Ze is in haar eentje gevlucht en heeft geen familie of kennissen in Libanon. Haar broers en zussen zijn met hun families achtergebleven in Syrië. Ouders heeft ze niet meer.

De dag na onze ontmoeting in het taxibusje spreken we af in Beirut. We maken een lange wandeling en Amna (36) vindt het duidelijk een verademing om gezelschap te hebben en te bewegen. “Ik ken hier niemand en zit veel binnen.”

Amna kwam midden juni van dit jaar naar Libanon. De gevechten tussen het regeringsleger en het Vrije Syrische Leger in haar stad, Deir ez-Zor, maakten het leven onveilig en onmogelijk. Ze verneemt af en toe nieuws van haar broers en zussen, over wie ze zich grote zorgen maakt. De situatie is onverminderd gevaarlijk. Of haar huis nog overeind staat, weet ze niet.

Nu verblijft ze in Dahiya, een wijk aan de rand van Beirut. Daar is ze opgevangen door enkele werkende vrouwen die een apartement delen. “Zij nemen me in beschermen en komen voor me op als de huisbaas de maandhuur van me eist. Ik weet niet wat ik zonder hen zou doen. God heeft ze op mijn pad gebracht.”

Amna volgt inmiddels een cursus in accounting: “Ik werkte jarenlang als accountant in Deir ez-Zor en wil me nu specialiseren in het Libanese systeem van accounting zodat ik hier een kans kan maken op werk. In 2003 heb ik hier een jaar accounting gestudeerd en ik hoop dat dit mijn kans op werk en dus overleven vergroot.” Slechts af en toe lukt het Amna om voor enkele dagen of weken administratief werk te vinden: “Geen enkele werkgever kan me in dienst houden omdat ik Syrische ben.” Ze zal een speciale vergunning moeten zien te bemachtigen voordat ze legaal mag werken in de commerciële sector.

Amna’s doorzettingsvermogen, kracht en sterke wil om onafhankelijk te blijven, maken een diepe indruk op me. Ze zet alles op alles om een zelfredzaam bestaan te leiden. Pragmatisch stelt ze: “Toen ik moest kiezen tussen het kopen van een winterjas en de training, koos ik toch voor het laatste. Daar ligt m’n toekomst en dat is het allerbelangrijkste.”

Ze heeft geen geld voor kleren en nauwelijks genoeg om eten te kopen. Mannen die weten in welke moeilijke situatie Amna verkeert, proberen haar over te halen tot prostitutie. “Dat zou nooit een optie voor me zijn, hoe hoog m’n financiële nood ook is”, zegt ze. Ik kan me niet voorstellen hoe onterend het moet voelen als mannen je, vanwege je hulpeloze situatie, zo proberen uit te buiten.

Over een paar dagen heeft Amna een afspraak bij het VN kantoor voor vluchtelingenregistratie. Ze heeft geen idee wat ze daarvan kan verwachten en of ze hulp zal krijgen. Ik durf haar geen valse hoop te geven en zeg dat ze zal moeten afwachten. Wanneer we op adem komen in een christelijk koffiehuis, vult ze het VN formulier voor de aanvraag van vluchtelingenstatus in. De vriendelijke eigenaar van de zaak toont zijn interesse en wenst haar het allerbeste.

Syrië kent vele bevolkingsgroepen; o.a. alawieten, soenni’s, shiïten, armeniërs, koerden, maronieten. Ik vraag Amna of zij denkt dat deze groepen na de oorlog weer naast elkaar kunnen leven. Ze twijfelt daar geen moment aan: “we hebben altijd zij aan zij geleefd. Ik ben sunniet, maar heb vrienden van vele verschillende geloven en etniciteiten. Mijn broer stelde een Alawitische vriend aan me voor, als een mogelijk toekomstige echtgenoot voor me. Echt, we leefden altijd gebroederlijk naast elkaar. Het beeld dat de wereld nu krijgt van Syrië – van diepgewortelde haat tussen mensen – klopt niet.”

“Noem me maar X”, zegt ze als ik haar vraag of ik haar naam mag noemen in een artikel. “Ik heb er liever ook geen foto bij. Bovendien, mijn naam en foto doen er niet toe. Mijn verhaal is het verhaal van velen. En mijn situatie is nog niet eens zo slecht: ik heb geen kinderen die van me afhankelijk zijn en ik ben in goede gezondheid, godzijdank. Mijn lot en dat van alle andere Syriërs is één en hetzelfde. Noem me maar X.”[1]


[1] Amna is een fictieve naam om haar anonimiteit te waarborgen.

Posted in: Syria